Architect zoekt natuurliefhebber

9 01 2008

MumbaiZomaar wat cijfers: gebouwen zijn, in de VS tenminste, goed voor 39 procent van het energieverbruik, 68 procent van het electriciteitsverbruik en 38 procent van de CO2-uitstoot. De abstractie van cijfers daargelaten, begint het besef door te dringen – hoe traag ook – dat er veel te winnen valt op het gebied van energieverbruik binnen de bebouwde omgeving.

Na het lezen van de term CO2 haakt de helft van de lezers wellicht af. Maar het kan inspirerend zijn om praktijkvoorbeelden te zien van nieuwe ontwikkelingen welke slim omgaan met beschikbare energiebronnen, en minder afval produceren. Mocht Al Gore de wereld vermoeien met zijn doemscenario’s, dan is er altijd nog het argument van de (technologische) vooruitgang.

De website GeekAbout.com stelde een lijst samen van 15 ontwerpen voor gebouwen in het stedelijke domein die slim omgaan met hun omgeving. Zo gaat het nieuwe filiaal van de Bank of America in New York, ontworpen door Cook+ Fox Architecten, voor de titel van ‘meest milieuvriendelijke wolkenkrabber ter wereld’. Geen druppel vocht valt op of in het gebouw (de toiletten) zonder te worden hergebruikt. Verterende voedselresten zal zullen gas leveren.

Ook de spectaculair ontworpen ‘India Tower’ in Mumbai zal hemel- en ander water gaan benutten. Bij de bouw, die inmiddels is begonnen, worden recyclebare materialen gebruikt. In Dubai verrijst de Burj al-Taqa, een qua energie volledig zelfvoorzienende toren. De airconditioning is gebaseerd op verkoelend zeewater, een 61 meter hoge windturbine en twee zonnepanelen sieren het dak.

Een blik in de toekomst, of wishfull thinking? Alle genoemde gebouwen zijn immers slechts iconische, architectonische hoogstandjes die vooral willen opvallen. Meer dan een druppel verschil zullen ze ecologisch gezien dan ook niet maken. Laten we de opdrachtgevers van deze bouwkundige pronkjuweeltjes dan maar aanmerken als ‘early adopters’; de elite mag eerst met de veren strijken, maar uiteindelijk zal iedereen er aan geloven.





Krant reïncarneert op internet

3 01 2008

kypostHoe val je als regionale krant op tussen een woud van concurrenten? De Kentucky Post en Cincinnati Post hebben in ieder geval een radicaal besluit genomen: deze de dagbladen hebben, na een periode van 126 jaar, afscheid genomen van hun papieren editie en gaan samen verder als KYPost.com:

After considerable analysis, we determined that the next chapter in the long and successful story of The Post should be found on the Web.

Aldus een persbericht van mediabedrijf dat het besluit over de migratie nam. Volgens een ietwat pathetisch nieuwsbericht was de redactie niet onverdeeld positief over het besluit.

Workers who for years asked the tough questions had nothing to say as they watched silently as headlines faded into memories. (…) The furious hum of the press is now silent.

Wellicht een doemscenario voor Nederlandse kranten. Maar het zou ook kunnen dat de krant, ten dode opgeschreven, zijn laatste kans heeft gegrepen; dat valt uit de berichtgeving rond dit voorval nog niet op te maken.

Een ding lijkt duidelijk: de krantvervangende website biedt uiteindelijk niet veel contrast met andere nieuwssites, ondanks de aankondiging dat KYPost.com een gebruiksvriendelijk platform zal bieden voor burgerjournalistiek (“citizen journalists and contributors of user-generated content”; wie het verschil weet mag het zeggen).





Wiki-journalist op feitenjacht

1 01 2008

WikipediaAls journalist is er, na het verwijzen van de encyclopedie naar de mestvaalt van de gechiedenis, geen ontkomen aan: Wikipedia. Echter;

We all know the pitfalls of Wikipedia, so where can you find some real facts online?

Aldus de Times vandaag over internetgebruikers en hun behoefte aan een feitencheck. Voor zover Wikipedia al niet direct wordt geraadpleegt, belandt men er wel via het almachtige Google (Een bedrijf dat zelf ook een online naslagwerk is gestart – ironisch genoeg opent Wikipedia binnenkort zijn eigen zoekmachine, Wikiasearch).

Times-journalist James Knight slaagt er niet geheel in de ronkende belofte van ‘echte feiten’ boven water te halen – al noemt hij bekende en onbekendere bronnen die een welingelichte journalist niet zouden mogen ontbreken. Zo schat Knight de betrouwbaarheid van het project Citizendium hoog in, en kan het bekende CIA World Factbook ook op bijval rekenen.

Een aspect dat nog niet vaak wordt genoemd is Wikipedia en zijn auteurscollectief als live-correspondent. De New York Times schreef erover:

Increasingly, it [Wikipedia] has become a go-to source not just for reference material but for real-time breaking news. (…) Wikipedia’s morphing into a news source, (…) “is an inevitable step. Because the software is absolutely perfectly suited to that.”

Ook in dit perspectief komt de betrouwbaarheid van informatie aan de orde; waar haalt een Wikipedia-auteur zijn informatie vandaan, hoe gaat hij te werk? De 16-jarige Matthew Gruen deed (samen met een aantal co-auteurs) op Wikipedia verslag van de schietpartij op Virginia Tech.

[Gruen:]“I just kind of felt that the F.B.I. was a pretty reliable source.” At which point thousands of dead journalism professors turned over in their graves.

Desalniettemin komt de New York Times tot de conclusie dat Wikipediaschrijvers en hun achterliggende gedachtegoed gefocussed zijn op ‘objectiviteit’. Ondanks alle kritiek, lijkt Wikipedia zowel het begrip journalist als dat van nieuwsbron in ieder geval een nieuwe inhoud te geven.